Boudewijn

Boudewijn: “Omdat ik een oranje hesje draag denkt iedereen dat ik alles weet” 

“Ik ben Boudewijn Vermeulen, voormalig graficus en fotojournalist. Met 61 jaar ging ik in de VUT. Dat kon toen nog gewoon. Omdat een pensioen geen vetpot is en ik mijn muziekhobby wil kunnen bekostigen heb ik sinds drie jaar een bijbaan als fietsparkeercoach bij Intro. Lekker de hele dag buiten zijn.  

Ik zorg dat mensen hun scooter of fiets op de juiste plek zetten, zodat de doorgang naar de strandtenten vrij blijft voor politie, brandweer en ambulance. Soms regel ik op drukke tijden ook het verkeer, maar liever hou ik me bezig met het fietsparkeren. 

Het is heerlijk werken op Scheveningen. De mensen zijn hier altijd goedgeluimd. Soms hoor ik van collega’s dat verkeersregelaars nog wel eens te maken krijgen met agressie. Bestuurders zitten dan met verhitte hoofden in de auto en krijgen te horen dat ze om moeten rijden. Dat wordt niet in dank afgenomen kan ik je zeggen. Zelf heb ik daar minder mee te maken; de meeste bezoekers zijn heel vriendelijk, ze komen tenslotte om te genieten van onze mooie kust. 

Het werk past goed bij mij. Ik zit niet opgesloten op een kantoor en iedereen weet wat die moet doen. Alles loopt op rolletjes. Een nadeel is wel dat ik voor koffie of een toilet afhankelijk ben van de strandtenten. En op hele hete dagen is het soms wel afzien. Een parasolletje op zo’n dag zou dan wel fijn zijn.  

De parkeerdruk is enorm in Scheveningen. Dat is vervelend voor bewoners, die op mooie dagen in de file moeten staan om thuis te komen. Zelf heb ik alleen nog maar een scooter. Dat is ideaal voor dit gebied. Ik kan het iedereen aanraden.  

Veel bezoekers zijn verbaasd dat de stallingen gratis zijn. Ondertussen stellen ze mij allerlei toeristische vragen. Dan vertel ik ze bijvoorbeeld waar het Kurhaus is, terwijl ze er gewoon voor staan. Omdat ik een oranje hesje draag denkt iedereen maar dat ik alles weet. Gelukkig kan ik veel mensen op weg helpen. Dat maakt het werk voor mij leuk en afwisselend. Ik ben een tevreden mens!”